![]()
![]() Copyright © Daniël De Cort
| ![]()
Patent Foramen Ovale en Decompressieongevallen: Feit of Mythe ?Dr. Peter Germonpré - DAN Europe Benelux - Medisch Directeur Een decompressieongeval is steeds een persoonlijk drama. Niet alleen is de behandeling vaak lang en moeilijk, vaak blijven na de behandeling vervelende restletsels bestaan: zwakte van één of meerdere ledematen, moeilijkheden bij plassen, doofheid, of stoornissen van de huidgevoeligheid. Ook psychologisch is een decompressieongeval soms moeilijk te verwerken. Een bijkomende psychologische belasting komt voort van het feit dat ongeveer 50% van de duikers die een decompressieongeval hebben, eigenlijk geen enkele fout begaan hebben tegen de algemeen aanvaarde duikregels. Het is dus zeer moeilijk om aan deze duikers een advies te geven, wat ze moeten doen om bij hun volgende duiken een decompressieongeval te vermijden. Velen hebben dan ook grote angst om, zelfs na volledig herstel, opnieuw te beginnen met duiken.
Patent Foramen Ovale (PFO) als risicofactor
Bij duikers echter kan dit PFO theoretisch wel gevaarlijk zijn. We weten immers dat zelfs bij een duik waar alle decompressiestops gemaakt zijn, en zelfs bij diepere duiken die toch nog (net) binnen de veiligheidscurve verlopen, steeds kleine stikstofbelletjes in het bloed aanwezig zijn, tot méér dan één uur na de duik. Deze stikstofbellen bevinden zich in het bloed dat in de grote lichaamsader verloopt, en komen via de rechter voorkamer in de longen terecht. Hier worden zij gewoon uitgeademd, zodat zij geen aanleiding geven tot een decompressieongeval. Indien nu een opening bestaat tussen rechter en linker voorkamer, dan is het mogelijk, dat enkele van deze belletjes via deze opening rechtstreeks naar de linker zijde van het hart kunnen overgaan, en dus niet uitgefilterd worden in de longen. Deze stikstofbellen zouden dan wél een decompressieongeval kunnen veroorzaken. Het is echter nonsens om te beweren dat dit steeds het geval zou zijn: immers, dan zouden 30% van alle duikers een groot risico lopen bij elke duik... Het is dus zeer belangrijk om uit te zoeken in welke omstandigheden dit een risico betekent, en voor welke duikers.
Resultaten van het eerste onderzoek In totaal werden 37 duikers en 37 "buddys" geselecteerd. Al deze duikers ondergingen vrijwillig een medisch onderzoek, dat een eventueel PFO kan opsporen. Via een echo-sonde die de duiker moest inslikken, werd naar het hart gekeken terwijl via een ader op de arm, 10cc fysiologische zoutoplossing werd ingespoten. Deze vloeistof wordt zichtbaar in het bloed onder vorm van kleine belletjes, van ongeveer dezelfde grootte als stikstofbellen na een duik. Op de echografie kan dan gezien worden of deze belletjes rechtstreeks van de rechter naar de linker voorkamer gaan. Zelfs indien de opening van het PFO niet gezien wordt (deze is vaak slechts enkele millimeter) kan op die wijze toch duidelijk aangetoond worden dat er een opening bestaat. Dit onderzoek duurt een tiental minuten, en is totaal ongevaarlijk, hoewel het inslikken van de echosonde toch niet de meest aangename ervaring is...
De resultaten van dit onderzoek waren nochtans duidelijk: 60% van de duikers met decompressieongeval hadden een PFO, tegen slechts 35% van de "buddys". Indien we keken naar het soort decompressieongeval, was het resultaat nog duidelijker: maar liefst 80% van de duikers die een decompressieongeval hadden in de hersenen, het binnenoor of het bovenste deel van het ruggemerg, hadden een PFO. Duikers met een decompressieongeval ter hoogte van het lage ruggemerg, hadden slechts evenveel PFO als de controleduikers. Tenslotte, want daar was het toch om te doen, analyseerden we enkel die duikers die een "onverklaard" decompressieongeval hadden gehad, en hun "buddys". Een decompressieongeval werd als "onverklaard" geklasseerd indien de duiker geen fouten had gemaakt tegen de stijgsnelheid en de te maken decompressiestops, en als daarenboven minder dan drie "risicofactoren" aanwezig waren (zoals vermoeidheid, stress, alcohol, inspanning, koude...). Van de 12 duikers met een onverdiend decompressieongeval in de hersenen, binnenoor of hoge ruggemerg, waren er 9 (75%) met een belangrijk PFO (doorgang van veel bellen) en 1 met een klein PFO (slechts enkele bellen). Bij de 14 duikers met een onverdiend decompressieongeval van het lage ruggemerg, waren er slechts 4 (28.5%) met een belangrijk PFO en 2 met een klein PFO.
Wat zijn nu de conclusies die we uit dit onderzoek kunnen trekken? Vergeet nooit dat een decompressieongeval niet veroorzaakt wordt door het PFO, maar wel door de stikstofbellen ! Er bestaan verschillende manieren om het aantal stikstofbellen te verminderen na een duik. Duiken binnen de veiligheidscurve (dus zonder verplichte decompressiestops), het beperken van de diepte van de duik tot ongeveer 30 meter, een trage opstijging (maximum 10m per minuut), het maken van een "veiligheidsstop" van 5 minuten op een diepte tussen 3 en 6 meter na elke duik: de combinatie van deze maatregelen zal de kans op stikstofbellen (en dus de kans op decompressieongeval) tot bijna nul terugbrengen. Ook het duiken met nitrox (maar waarbij wel de "lucht" tabellen aangehouden worden (en natuurlijk met een beperking van de diepte naargelang het zuurstofgehalte) zal het risico op stikstofbellen in zeer belangrijke mate verminderen. Ook duikers met een belangrijk PFO kunnen op die manier blijven duiken met een aanvaardbaar risico op decompressie-ongeval.
Hoe groot is het risico op decompressieziekte indien je PFO hebt?
Een nieuwe studie om het exacte risico te berekenen: Carotis Doppler Studie Dit is wat nu gebeurt: DAN Europe heeft een methode ontwikkeld om – zonder een echosonde te moeten inslikken – een "screening" te doen van het PFO. Er wordt nog steeds contrast ingepoten via een ader in de voorarm, maar de detectie gebeurt via een dopplersonde aan de hals, en niet via een echocardiografie. Dit maakt het onderzoek veel sneller (ongeveer 20 minuten) en aangenamer voor de duiker. Nadien is het de bedoeling dat iedere geteste normaal verder duikt. In principe wordt het resultaat van de test (al of niet een shunt) zelfs niet aan de duiker meegedeeld, om zijn duikgedrag niet te beïnvloeden. In totaal moeten zo’n 4.000 diukers getest worden. Na 5 jaar kan dan de balans opgemaakt worden (hoeveel deco’s zijn opgetreden bij duikers zonder shunt, hoeveel bij duikers met shunt) en zal het "echte" risico gekend zijn. Voor deze studie worden nog steeds kandidaten gezocht. Indien je wil meewerken, neem kontakt op met je clubverantwoordelijke of rechtstreeks met DAN Europe Research (e-mail: research@daneurope.org).
Kan duiken hersenschade veroorzaken?
Omdat ook hier het moeilijk is, een toevallige vondst in verband te brengen met een frequent voorkomende zaak zoals het PFO, is ook hier een degelijke wetenschappelijke studie nodig. DAN Europe Research heeft ook hier de nodige kontakten gelegd om deze te kunnen uitvoeren. Voor deze tweede studie zijn kandidaten nodig die reeds minstens 5 jaar duiken, méér dan 200 duiken in hun logboek staan hebben en nooit een decompressie-ongeval gehad hebben. Verder moeten deze mensen jonger zijn dan 40 jaar, en bereid zijn eventueel een transoesofageale echocardiografie te laten doen. Verder zijn een magnetische resonantiescan van de hersenen voorzien en een gedetailleerd "neuropsychometrisch" onderzoek. Dit is een onderzoek van de reactiesnelheid, het geheugen, enzovoort. In totaal worden 200 kandidaten gezocht, waarvan er 50 bij lottrekking zullen uitgekozen worden om aan de studie effectief deel te nemen. Deze lottrekking is belangrijk, omdat bij een vorig onderzoek gebleken is dat sommige duikers, die wél al een deco gehad hadden – maar hiervoor nooit behandeld waren geweest – van de gelegenheid gebruik maakten om zich eens "goed te laten nakijken". Om dit risico op "autoselectie" zoveel mogelijk te beperken, moet uit een grote populatie kandidaten een "steekproef" genomen worden. Ook voor deze studie worden nog steeds (dringend !) kandidaten gezocht. Immers, zolang we geen 200 kandidaten hebben, kan de "lottrekking" niet gebeuren !! Indien je denkt aan de voorwaarden te voldoen en op deze manier wil meewerken aan het verbeteren van de kennis over duikongevallen, neem dan kontakt met je clubverantwoordelijke en/of DAN Europe Research. DAN Europe Research - 15 December 2001
| |